Gefinancierd

Gefinancierd: Onderzoek aan het Massachussetts General Hospital in Boston

Met behulp van het Quintusfonds heb ik onderzoek kunnen doen in het Massachusetts General Hospital in Boston. Ik deed mijn onderzoek naar ondervoeding bij patiënten met een ernstig letsel die opgenomen zijn op de Intensive Care afdeling, ook wel de polytrauma patiënten genoemd. Het lichaam raakt na het ervaren van een trauma in een acute stresstoestand, de acute fase respons, waarbij een algehele ontstekingsreactie wordt opwekt en ontstekingsmediatoren aangemaakt. Als deze reactie lang aanhoudt, verliezen polytrauma patiënten hun reserves en worden ze steeds zieker.

In Nederland blijkt dat wel 1 op de 7 opgenomen patiënten ondervoed is, enerzijds bij binnenkomst in het ziekenhuis, of gedurende de opname. Zelf eten gaat voor de patiënten vaak lastig en vaak worden zij via sondevoeding gevoed. Voeding moet ook gestopt worden bij de vele operaties die deze patiënten ondergaan. Daarom vormen polytrauma patiënten een kwetsbare groep voor ondervoeding. Ondervoeding zou mogelijk nog een schepje bovenop de acute fase respons van trauma patiënten kunnen doen, en het herstel van deze groep patiënten nadelig beïnvloeden. Er is echter nog maar weinig bekend over hoe vaak ondervoeding vóórkomt en wat de consequenties zijn bij traumapatiënten.

Tijdens mijn stage heb ik dit onderzoek opgezet en gecoördineerd in het Massachusetts General Hospital en uiteindelijk ook in het Brigham and Women’s Hospital in Boston. Het onderzoek loopt nu in drie centra in de Verenigde Staten en twee centra in Nederland en is op dit moment nog steeds gaande, omdat nog niet het benodigde patiënten aantal is bereikt.

Tijdens mijn tijd in Boston heb ik ook een literatuurstudie gedaan en een review geschreven over de incidentie en effecten van ondervoeding bij polytrauma patiënten. Het abstract daarvan is inmiddels gepresenteerd op de Assistentensymposium, Chirurgendagen en Harvard Surgery Research Day. Op de agenda staat een poster op de Traumadagen 2018 in Amsterdam en een e-poster op de American College of Surgeons conferentie in Oktober in Boston.

Het onderzoek

Gedurende 8 maanden heb ik een onderzoeksstage gedaan op de onderzoeksafdeling van de ‘Division of Trauma, Emergency Surgery & Surgical Critical Care’ van het Massachusetts General Hospital in Boston, en academisch ziekenhuis van Harvard University in Boston. Dit deed ik in het kader van de wetenschapsstage geneeskunde te Leiden, waarvoor ik 36 ECTS krijg. Het doel van deze prospectieve cohortstudie was meer inzicht te krijgen in de voedingstoestand van polytrauma patiënten, en hoe deze voedingstoestand uitkomsten kan beïnvloeden.

Men weet algemeen dat malnutritie bij patiënten geassocieerd is met slechtere uitkomsten, zoals een langere verblijfsduur in het ziekenhuis, hogere ziektekosten en een toegenomen kans op complicaties en sterfte (Correia et al., 2003; Keel et al., 2005; Kruizinga et al., 2016; Mogensen et al., 2015). Vele screeningtools zijn ontwikkeld om kwetsbare patiënten voor ondervoeding te kunnen onderscheiden (Cederholm et al., 2015). Ondanks de beschikbaarheid van ruim 200 screeningstools, worden deze op de afdeling niet altijd gebruikt. Onlangs toonde een Nederlandse screeningstudie aan dat wel één op de zeven opgenomen patiënten het risico loopt om ondervoed te raken (Kruizinga et al., 2016).

Polytrauma patiënten zijn patiënten die meerdere complexe verwondingen hebben overgehouden aan het traumamechanisme. Na het ervaren van een trauma raakt het lichaam in een acute stresstoestand, waarbij het een ontstekingsreactie opwekt en ontstekingsmediatoren aanmaakt. Biologisch gezien is deze reactie ontstaan zodat we energie voor de vitale weefsels overhouden. Echter raakt het lichaam daardoor in disbalans;

polytrauma patiënten hebben een groter risico op hyperglycemie, een verminderde wondheling, een verhoogde insulineresistentie, een verhoogd energieverbruik, en een daling in eiwitsynthese en spiermassa (Rogobete et al., 2017; Cuesta & Singer, 2012; Preiser et al., 2014). Al deze effecten zijn nadelig voor het herstel, en maken de trauma patiënten een extra grotere risicogroep ondervoeding. Er zijn echter maar zeer weinig studies naar de incidentie en prevalentie van malnutritie bij polytrauma patiënten en wat de invloed op overlevingskansen en complicaties is.

Deze prospectieve cohortstudie vindt/vond uiteindelijk plaats in verschillende traumacentra: het LUMC in Leiden, het HMC in Den Haag, het Ryder traumacentrum in Miami en het Massachusetts General Hospital en het Brigham and Women’s Hospital in Boston. Mijn rol was deze studie te starten in het Massachusetts General Hospital, en later ook het Brigham and Women’s Hospital. Ik heb leren coördineren, managen, enthousiasmeren, presentaties geven en leren uitleg geven in lekentaal. Ik heb ontzettend veel geleerd over hoe de ethische commissie te werk gaat, wat belangrijk is om rekening mee te houden, hoe je om toestemming kan vragen bij patiënten die niet altijd in staat zijn dit te doen. Ook heb ik veel geleerd over het reilen en zeilen op de Intensive Care afdeling.

Omdat het onderzoek nog loopt, kan ik helaas de resultaten nog niet bekend maken, omdat dit de resultaten van het onderzoek kan beïnvloeden. Ik neem het stokje over hier in het LUMC, waar ik verder zal gaan met de datacollectie. In Boston neemt een nieuwe Nederlandse research fellow de coördinatie over. Mijn wetenschappelijk verslag wil ik zo spoedig mogelijk schrijven, maar ik moet nog wachten tot we meer patiënten hebben.

Wel kan ik de resultaten van de systematische review over ondervoeding bij trauma patiënten bekend maken. De eerste paar maanden moest ik wachten op toestemming op de ethische commissie. Dit was een kleine tegenvaller, en dit kwam omdat de ethische commissie in het ziekenhuis erg streng is en de administratie niet al te snel is. Ik heb echter mijn tijd nuttig kunnen besteden door een systematische review te schrijven over wat er op dit moment bekend is over ondervoeding bij trauma patiënten. Deze is nu op verschillende congressen gepresenteerd in Nederland, zoals de Chirurgendagen, het Assistentensymposium, en de Traumadagen, en in Boston bij de Harvard Surgery Research Day de ACS Conference. Op dit moment ligt de review bij een journal in afwachting van publicatie.

Uit de review blijkt ondervoeding in traumapatiënten mogelijk leidt tot een verstoorde immunologische respons, wat traumapatiënten vatbaarder maakt voor complicaties en verdere verslechtering van de voedingstoestand. De incidentie van ondervoeding varieerde van 15% tot 40% in traumapatiënten. Ondervoeding is een onafhankelijke risicofactor voor complicaties (relatieve risico [RR]2,9, 95% betrouwbaarheidsinterval [BI] 1,4-5,8, p=0,003), mortaliteit (RR4; 95%BI 1-15; p=0.04) en ziekenhuisopname langer dan 14 dagen (RR2.3; 95%BI 1.2-4.7; p=0.01). In de geriatrische traumapatiëntenpopulatie heeft 38 tot 60% kans op ondervoeding en ongeveer was 20% ondervoed bij opname. Ondervoeding was geassocieerd met een slechtere gezondheid na ontslag. Echter, ondanks de hoge incidentie van en kans op ondervoeding, vooral in geriatrische traumapatiënten, en de potentieel nadelige invloed op uitkomsten, is de literatuur zeer beperkt. Daarom is meer onderzoek zeker nodig, zoals het onderzoek dat ik voor mijn wetenschapsstage heb gedaan.

Algemeen belang 

Dit onderzoek kan de zorg, herstel en overleving na een trauma verbeteren en is in het algemeen belang van de mens, gezien trauma toch de meest voorkomende doodsoorzaak is bij mensen onder de 45 jaar.

Research team

Wekelijks hadden we research meetings waarbij de voortgang van alle projecten werd besproken. Het team waarin ik terecht kwam bestond vrijwel alleen uit buitenlandse studenten en artsen van wel 9 verschillende nationaliteiten. We waren een hechte familie, ondanks de verschillende in niveau en cultuur. De werkdruk lag hoog, maar de werksfeer was er niet minder om; iedereen staat klaar om elkaar te helpen. Tijdens mijn acht maanden heb ik van hen erg veel kunnen leren en kon ik bij anderen terecht voor inhoudelijk advies. Anderzijds kon ik de andere research fellows helpen met statistiek of met onderzoeksdesign. Iedereen droeg zijn steentje bij aan het team.

Financiën

Boston is echt een ontzettend dure stad. Ondanks dat ik hier vantevoren wel enigszins op de hoogte was, viel het in de praktijk nog steeds heel erg tegen. Alles is er 1,5 tot 2 keer zo duur als in Nederland. Een basic studentenkamer in de buurt van de metrolijn zul je moeilijk voor minder dan 900 euro per maand vinden. Eten is erg duur; in de supermarkt kost een komkommer of appel al gauw 2 dollar. Ik ben daarom ook erg blij met de beurs die ik van het Quintusfonds heb gekregen.

– Karien Meier

Gefinancierd: International Legal Studies, NYU

Tijdens het Academisch jaar 2017-2018 heb ik een LL.M. aan New York University (NYU) gevolgd. Deze Master biedt geen vast vakkenpakket aan, maar studenten krijgen de kans zelf vakken te selecteren die aansluiten op hun interesses om zich zo te kunnen specialiseren in een rechtsgebied. Ik heb de LL.M. ingericht op een manier die voortbouwt op de juridische basis die ik heb gelegd tijdens de master Public International Law van Universiteit Leiden. In Leiden heb ik mij verdiept in mensenrechten, vluchtelingenrecht en oorlogsrecht. Deze rechtsgebieden zijn momenteel erg relevant vanwege de migratiestromendie tot stand komen door de schendingen van het oorlogsrecht en mensenrechten in landen zoals Syrië, Libië en Sudan. Het raakvlak van het oorlogsrecht met het vluchtelingenrecht is nog niet uitvoerig onderzocht en is nog steeds in ontwikkeling. Zeker vanwege de actualiteit van de onderwerpen gaat deze ontwikkeling dan ook in hoog tempo. De vakken aan NYU boden mij de kans mij te specialiseren op deze rechtsgebieden en zo tot inzicht in hun samenhang te komen.

Academische activiteiten
NYU staat bekend als een van de beste Amerikaanse universiteiten, in het bijzonder op het gebied van internationaal recht. Professoren verbonden aan de faculteit hebben ervaring bij de Verenigde Naties, Ministeries, internationale (mensenrechten) organisaties, het Rode Kruis etc. Dit heeft tot gevolg dat NYU vakken kan aanbieden die erg gespecialiseerd zijn en studenten inspireren en uitdagen hun niche te vinden. 

Met een sterke academische achtergrond vanuit de Leidse Master, was het mijn intentie zoveel mogelijk, ‘clinic’ en ‘seminar’ vakken te volgen. Deze hebben tot doel studenten praktische skills aan te leren, zoals pleiten voor een mensenrechten tribunaal, het interviewen van ooggetuigen, het interviewen van slachtoffers van mensenrechtenschennissen en het onderhandelen van nieuwe verdragen. Het meest indrukwekkende was voor mij het interviewen van asielzoekers die op het vliegveld JFK, ‘vrijwillige’ terugkeerpapieren moesten ondertekenen. Samen met Human Rights Watch documenteerden we mensenrechtenschendingen en boden we juridische ondersteuning. De praktische aanpak van deze vakken en de professoren die zelf extreem gespecialiseerd zijn in hun vakgebied, zijn van grote toegevoegde waarde geweest voor mijn research betreffende het creëren van een mondiaal asielsysteem. 

 Gewapend met een beter begrip van Amerikaanse standpunten in het internationaal recht, de werking van het internationaal platform en van de ingewikkelde relaties tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond, heb ik mij intensief gericht op het herschrijven van mijn thesis. De input van VN-rapporteurs, oud-CIA medewerkers en ‘the head of the targetting task force’ van het ministerie van Defensie hebben gezorgd voor een meer dynamische aanpak en realistischer voorstel. Op basis van dit werk, wat ik ooit graag voortzet als promovendus, ligt nu een artikel bij de editor van de ‘Journal of International La wand Politics’. Het artikel redeneert dat een proportionaliteitstoets gemaakt door een officier niet alleen materiele schade aan burgers moet afwegen tegen een militair voordeel maar ook secundaire schade: geen toegang meer tot onderwijs, geen voorzieningen meer en uiteindelijk het einde van een leefbare omgeving. Dit alles heeft tot gevolg dat grote groepen burgers oorlogsgebieden ontvluchten naar buurlanden of ‘het Westen’. 

Extracurriculair
Behalve uitstekend onderwijs biedt NYU haar studenten een breed pallet aan extracurriculaire activiteiten. Met name mijn deelname aan de Jean-Pictet Humanitarian Law Moot Court Competition in het NYU-team, is een waardevolle toevoeging geweest aan mijn academische ervaring. De competitie bestaat uit zes dagen vol gepland met simulaties waarin de studenten een fictief gewapend conflict van begin tot eind volgen. De deelnemende studenten (uit meer dan 30 verschillende landen) krijgen iedere simulatie een andere rol en dienen het oorlogsrecht in die rol toepassen. Zo bestaat de rol als minister van Defensie of Buitenlandse Zaken, Rode Kruis-medewerker op de grond, maar ook commando van de rebellentroep. Door het uitvoeren van deze verschillende rollen in de praktijk heb ik een veel beter beeld gekregen van de positie die oorlogsrecht inneemt in de praktijk.  

Naast de competitie heb ik als bestuurslid van NYU’s studievereniging ‘Students for Human Rights Law’ gedurende het jaar evenementen georganiseerd, een mentorprogramma opgezet en een bezoek aan UNICEF georganiseerd. NYU heeft een grote groep studenten die geïnteresseerd zijn in public interest work en met enthousiasme hebben deelgenomen aan onze evenementen.  

Tot slot, heb ik de eer om NYU per september te vertegenwoordigen als ‘fellow’ bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in Parijs. Ieder jaar financiert NYU een student om ervaring op te doen in een internationale organisatie. Deze uitzonderlijke kans is de eerste stap in de richting van een internationale carrière en ga ik met veel plezier tegemoet.

Conclusie
De zenuwen die ik bij de aanvang in augustus voelde, zijn nergens meer te bekennen. Het afgelopen jaar is voorbij gevlogen en heeft mijn academische carrière verrijkt en nog dynamischer gemaakt dan hij al was. New York is een bruisende stad vol met ambitieuze studenten en geweldige mogelijkheden. Ik had niet beter terecht kunnen komen en sta te popelen mijn onderzoek en ambities in Parijs voort te zetten. 

Eva Zijlstra 

Gefinancierd: Festival de Fusie

 

Op 23 juni 2018 vond de eerste editie van Festival de Fusie plaats op het universitair sportterrein te Leiden. Jongeren uit de omgeving Leiden maar ook de rest van Nederland konden een dag lang genieten op de grootste buitenfusie van Nederland. Het terrein was ingedeeld met een heuse ‘keuken’ of foodcourt waar er koffie, burgers en veganistische happen te verkrijgen waren. Met drie muziekstages waar men de keuze had uit disco-, house- en zogeheten hitjes-muziek werd er een knusse sfeer gecreëerd. De cultuurstage was een groot succes met lange rijen bij Scribblin , een ware tovenares op het doek, zwijmelende festivalgangers genoten van een roezige sfeer gecreëerd door Sem Dylan, een van de beste singer-songwriters van Nederland en Andreas Schrijvers had telkens weer volop publiek bij zijn scherpe kijk op de wereld en mooie dichten. Met wat zenuwen werd de weervoorspelling angstvallig in de gaten gehouden maar ook dit bleek ons gegund. De zon stond tot in de late uurtjes te gloeien aan een blauwe hemel wat een echt zomers gevoel gaf aan het festival.

Voor een eerste editie zijn wij uiterst tevreden hoe het gehele festival tot stand is gekomen. We hebben de gehele productie op een zeer professionele manier weten neer te zetten. Gasten hebben op leuke manier een echte “Fusie”-sfeer kunnen ervaren, het echte huiskamer gevoel van een studentenhuis. Door bijvoorbeeld te loungen bij onze cultuurstage luisterend naar de studentendichter Andreas Schrijvers, of te dansen bij de platenbakkers een artiestengroep die het publiek erg meenam in de echte studentenervaring.
Wij hebben als doel gehad de jongvolwassenen van Leiden te betrekken bij de studentencultuur en ze een dag de kans te geven een kijk te nemen in het studentenleven.Dit hebben wij succesvol gedaan door zo veel mogelijk aspecten van het studentenleven op een creatieve manier weer te geven op het festival.

In onze ogen was Festival de Fusie 2018 een groot succes. Daarom hebben wij besloten het volgend jaar nogmaals te organiseren, opdat het kan uitgroeien tot een nog groter succes en dat Festival de Fusie een erkend begrip wordt in de studentenwereld van Leiden en omstreken. In ons idee heeft Festival de Fusie de potentie uit te groeien tot een van de grote evenementen georganiseerd door gedreven leden van de A.L.S.V. Quintus

.

Festival de Fusie

 

Gefinancierd: Unicef symposium

Het doel van het symposium is het stimuleren van studenten na te denken over ontwikkelingshulp. Dit is vooral geïnspireerd door de maatschappelijke discussie over het nut van ontwikkelingshulp. Er komen regelmatig vragen op als: “wordt het geld wel goed besteed? Heeft het echt zin om op te helpen op de manier waarop het nu gaat?” Aan de hand van deze issues is het onderwerp van het symposium het volgende geworden: Does development aid really work?

Dit thema werd besproken door sprekers met verschillende invalshoeken. De eerste spreker is werkzaam voor Unicef Nederland. Zij vertelde dat Unicef ervoor heeft gezorgd dat veel kinderen in Afrika zijn ingeënt en dat er veel kinderen basisonderwijs krijgen. Volgens haar heeft het zeker zin om ontwikkelingswerk te doen, want het levert concrete verbeteringen op. Ze erkende ook dat er beperkingen zijn. Zo zijn er veel kinderen die basisonderwijs krijgen, maar vervolgonderwijs komt veel minder voor. Volgens Unicef werkt ontwikkelingshulp, maar je kan niet alles tegelijkertijd verbeteren en focussen op het ene aspect, betekent dat je iets anders niet kunt doen.

De tweede spreker was een man die al jaren werkt bij allerlei ontwikkelingshulpprojecten in Afrika. Momenteel is hij adviseur en hij bekijkt en beoordeelt of de organisaties achter de projecten efficiënt en effectief werken en hun beoogde doel kunnen halen. Volgens hem werkt ontwikkelingshulp als een project goed is. Als een project niet goed is dan heeft ontwikkelingshulp geen zin. Vervolgens gaf hij voorbeelden van een aantal projecten en waarom ze wel of niet gewerkt hebben.

De laatste spreker had een academische inslag op het thema. Hij vertelde hoe definiëring van ontwikkelingshulp en de resultaten bepaalt wat de resultaten zijn. Hij gelooft zeker dat concrete resultaten als meer kinderen naar school te halen zijn, maar grote doelen niet. Denk bij een groot doel bijvoorbeeld aan het uitbannen van armoede. Zodra mensen in Afrika meer geld hebben, verschuift de armoedegrens mee. Een armoedegrens is een subjectief gegeven. Ook al heeft iedereen meer geld, dan zijn degene die het minst hebben toch nog arm in verhouding tot de rest.

Naast de drie sprekers, was er ook nog een kleine lezing verschaft door Aiesec. Dit is een studentenorganisatie die studenten de mogelijkheid biedt om een aantal weken te gaan helpen bij een ontwikkelingsproject in het buitenland of om een aantal maanden stage te gaan lopen in het buitenland. Zij waren uitgenodigd om te komen spreken, zodat de studenten die het symposium bezochten ook concrete mogelijkheden zagen om zelf op dit moment actief deel te nemen in ontwikkelingshulp.

Nina Vlemmings

Gefinancierd: Onderzoek naar veiligheidsvraagstukken in conflictgebieden

‘De essentie van oorlog verandert nooit; de manier van oorlogsvoering verandert voortdurend.’
Met die woorden beschreef Von Clausewitz de verhouding tussen politieke en militaire ontwikellingen in 1816. Ze zijn tegenwoordig nog evengoed van toepassing. De huidige geopolitieke situatie kenmerkt zich met zogenaamde ‘hybride’ en ‘complexe dreigingen’: gewapend conflicten vinden steeds minder plaats tussen staten, maar in plaats daarvan binnen staten (zoals bij opstanden en machtsovernames) of transnationaal zoals met terroristische netwerken. Onlosmakelijk daarmee verbonden zijn ontwikkelingen als de voortschrijdende digitalisering van onze samenleving, het vervangen van traditionele door sociale media, sociaaleconomische invloeden van markten en migratiestromen.

Met dank aan het Quintusfonds kon ik een Masteropleiding volgen, die erop is gericht overzicht en inzicht te bieden in al deze facetten en hun onderlinge samenhang. Aan King’s College Department of War Studies heb ik mij gespecialiseerd in het raakvlak van veiligheids- en ontwikkelingsvraagstukken. In veel crisis- en conflictgebieden zijn de aanleiding tot, het verloop van en de wederopbouw na een conflict geen netjes afgebakende periodes. Alleen geïntegreerde aanpak van bestuurlijke hervormingen, werkgelegenheid creëren, veiligheid garanderen en tal van andere zaken biedt kans op langdurige verbetering van een situatie. Daartoe was ik hoofdzakelijk bezig met onderzoek naar versteviging van lokaal bestuur door burgers en door militairen, counterinsurgency, propaganda en de invloed van media-aanwezigheid op bevelketens.

Door de beurs van het Quintusfonds heb ik extra diepgang aan mijn Londense tijd kunnen geven die ik uit alleen de bibliotheekartikelen niet had kunnen vinden. Daarmee heb ik exclusievere leesmateriaal kunnen aanschaffen en een aantal conferenties bij kunnen wonen om met praktijkdeskundigen te discussiëren en ideeën aan hun ervaring te toetsen. Mijn academisch werk is daarom beter in de praktijk toepasbaar geworden: een Londense bemiddelingsorganisatie past aanbevelingen uit mijn scriptie nu toe in processen tussen gemeenschappen in Israël. Zelf heb ik die vertaalslag naar de praktijk mogen maken tijdens een stage op de Nederlandse Ambassade. In mijn vrije tijd heb ik een congres over de wederzijdse invloeden van technologie en migratie mogen organiseren. Ik kon gebruikmaken van flinke kortingen op een cursus Frans aan het uitstekende talencentrum van King’s om de kans te vergroten dat ik zelf in dit vakgebied op een positie komt waar ik gevolg kan geven aan de hier opgedane inspiratie, en juist daar te helpen waar de problemen het grootst zijn.

Johan Lammers

Gefinancierd: diabetesonderzoek ADA-symposium San Diego

Met behulp van het Quintusfonds heb ik onderzoek naar type 2 diabetes kunnen doen. Meer dan 1 miljoen Nederlanders hebben diabetes, waarvan 9 op de 10 diabetespatiënten is gediagnosticeerd met type 2. In type 2 diabetes is het lichaam ongevoelig geworden voor insuline, een hormoon wat de bloedsuiker verlaagt. Omdat het lichaam om meer insuline vraagt, draaien de insuline-producerende bètacellen in de eilandjes van Langerhans overuren. Dit gaat gepaard met gestreste, niet-functionele eilandjes.

Tijdens mijn project heb ik de glucoseopname van eilandjes van Langerhans bestudeerd. Bètacellen in de eilandjes doen namelijk twee dingen: ten eerste meten ze de hoeveelheid glucose in het bloed, dit doen de cellen door glucose op te nemen. Wanneer de bloedglucose te hoog is produceren de bètacellen insuline. Glucoseopname door de bètacel is dus de eerste stap die er uiteindelijk voor zorgt dat insuline wordt geproduceerd.

Alhoewel er een aantal manieren beschikbaar zijn om naar de glucoseopname van individuele bètacellen te kijken, is er nog geen manier om de glucoseopname in eilandjes te bestuderen. Dit is belangrijk, want het gedrag van een bètacel is sterk afhankelijk van de omgeving en cel-cel contacten. Tijdens mijn project heb ik eilandjes van muizen gebruikt waarvan de celkern van de bètacel een rode kleur heeft. Door met een speciale microscoop heel snel foto’s te maken van de eilandjes terwijl er fluorescerend groene glucose werd toegevoegd was het dus mogelijk om de glucoseopname op de voet te volgen.

Tijdens mijn stage heb ik de methode die wij gebruiken gevalideerd. Verder heb ik de glucoseopname niet alleen in de bètacellen, maar ook in andere eilandjescellen bestudeerd. De data bevestigt dat bètacellen gespecialiseerd zijn in het meten van de bloedglucose: bètacellen nemen namelijk veel meer glucose op dan de andere eilandjescellen. Ten slotte heb ik eilandjes van muizen met een gezond gewicht vergeleken met muizen die overgewicht hebben. De muizen met overgewicht bevinden zich in het voorstadium van type 2 diabetes. Het bleek dat de eilandjes van de muizen met overgewicht minder glucose opnemen. Dit houdt in dat de functionaliteit van de eilandjes is afgenomen.

Deze bevindingen heb ik gepresenteerd op het grootste diabetessymposium ter wereld: het ADA symposium in San Diego. Een foto hiervan zien jullie hieronder. Daarnaast ben ik met mijn professor aan het samenwerken om mijn data te publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift.

Els Noordeloos

Gefinancierd: Geneeskundig onderzoek brandwonden in Seattle

Tijdens mijn wetenschapsstage heb ik aan meerdere projecten kunnen werken. Allereerst heb ik voor deze stage een studie met mijn collega’s opgezet. Deze training ging over de beoordeling van brandwonden nadat deze behandeld zijn met een donorhuid. De conclusie is dat, indien foto’s van hoge kwaliteit genomen worden, een wond ook beoordeeld kan worden vanaf een foto. Daarnaast zie je dat juist de beoordeling aan het bed nogal wisselt, zowel per arts als per moment. Daarom is het advies om regelmatig foto’s te maken, zodat de arts de voortgang kan beoordelen. Daarbij kon ik een 3D camera meenemen, die je vastmaakt aan een Ipad. Hierbij heb ik developers van de VU geholpen een logaritme voor een app te maken dat wonden beoordeeld.

Ten tweede heb ik een instructievideo gemaakt voor een operatietechniek, genaamd de Modified Meek Micrografting Technique. Deze was relatief nieuw in Seattle, maar men heeft hier meer ervaring mee in Beverwijk. De video gaan we inzenden bij het internationale tijdschrift Burns, die educationele video’s presenteren op hun website.

Daarnaast heb ik een retrospectief onderzoek gedaan naar de zelfgerapporteerde kwaliteit van leven bij brandwond patiënten. Specifiek heb ik gekeken naar het verschil tussen patiënten die wel of niet een operatie hebben gehad. De conclusie van dit onderzoek is dat de operatie slechts een geringe invloed heeft op de kwaliteit van leven. Men kan dus concluderen dat beide patiënten groepen evenveel aandacht en ondersteuning verdienen. Opmerkelijk was ook dat vrouwen frequenter een lagere kwaliteit van leven rapporteren. Daarnaast was opvallend dat het mentale aspect van het kwaliteit van leven bij brandwondpatiënten vrijwel gelijk is aan het gemiddelde van de populatie.

Ten slotte gaan we in april 2018 beide abstracts van de onderzoeken inleveren bij de ABA (American Burn Association), waar ik na acceptatie een presentatie zou kunnen geven. Als hierop positief gereageerd wordt zullen we beide onderzoeken ter publicatie opsturen.


Vroeg opstaan loont: prachtig uitzicht van de Skyline, met de bekende Space Needle en Mount Rainier rechts op de achtergrond.

Een van de traumahelikopters, die dag in en uit patiënten ophalen in de uithoeken van de staten. We kregen patiënten uit Alaska, Montana, Idaho en Washington natuurlijk. Een enorm groot gebied! Op de achtergrond het oude Amazon hoofdkantoor en Mount Rainier.

Kimberley Koetsier

Gefinancierd: onderzoek naar LGBT+-gemeenschap in DDR en BRD.

 

In mijn scriptie behandel ik de geschiedenis van non-normatieve seksualiteiten en gender identiteiten in de Duitse Democratische Republiek (DDR) en de Bondsrepubliek Duitsland (BRD), in de periode van 1945-1990. Hiervoor heb ik onderzoek gedaan in de bibliotheek en het archief van het Schwules Museum en van het Spinnboden Lesbenarchiv und bibliothek in Berlijn.

In mijn onderzoek bespreek ik de homoseksuele en lesbische bewegingen en hoe zij werden behandeld door de staat en samenleving in de twee republieken, aan de hand van secundaire literatuur. Er was echter nog nauwelijks wat geschreven over de geschiedenis van transseksuele ervaringen en hoe transseksuele mensen werden behandeld in de twee republieken. Hierom ben ik naar Berlijn gegaan om daar onderzoek te doen naar deze ervaringen aan de hand van primair bronnenmateriaal. Dit bronmateriaal bestond voornamelijk uit (auto)biografieën uit de bibliotheken, en uit krantenartikelen over transseksuele mensen uit de jaren 80, uit de archieven.

Het doel van mijn onderzoek was aandacht schenken aan een onderwerp dat in de geschiedschrijving vaak ontzettend onderbelicht wordt, namelijk non-normatieve seksualiteiten en gender identiteiten, met name transseksualiteit. Daarnaast concludeer ik in mijn scriptie dat er een meer genuanceerde visie nodig is op de Oost-West verdeling van Duitsland in de geschiedschrijving.
Vaak wordt de Duitse Democratische Republiek gezien als controlerend, moralistisch, traditioneel, statisch en onderdrukkend en wordt de Bondsrepubliek Duitsland gezien als bevrijdend, tolerant, modern, flexibel en vrij. Ik beargumenteer dat deze verbeeldde karakteristieken eigenlijk naast elkaar bestonden en verstrengeld waren, zoals wordt gereflecteerd in de LHBT+ geschiedenis van de republieken.

 

Gefinancierd: Internationaal endocrinologie congres

Internationaal endocrinologie congres

Tegenwoordig is stress een alledaags begrip. Het aantal personen dat kampt met stressklachten en depressies is in de afgelopen jaren namelijk gestegen. Tijdens stressvolle situaties wordt het stresshormoon cortisol extra afgegeven in ons lichaam. Cortisol heeft onder andere effect op de hersenen waar het de stressreactie reguleert via twee receptoren. Deze receptoren zijn via de hersenen verantwoordelijk voor verschillende effecten in het lichaam, waarbij de een beschermend werkt terwijl de ander tijdens stress nadelige gevolgen met zich meebrengt. Hoe het lichaam onderscheid maakt tussen deze receptoren is echter nog onbekend en hier focust het onderzoek zich op.

Tijdens mijn onderzoeksstage bij de afdeling endocrinologie van het LUMC zijn nieuwe inzichten in dit proces verkregen, die bijdragen aan het ontrafelen van het onderliggende mechanisme. Deze resultaten zijn gepresenteerd aan andere onderzoekers in het vakgebied tijdens een internationaal congres van de Endocrine Society in Orlando. Daarnaast heeft het congres nieuwe informatie opgeleverd die toegepast kan worden om het onderzoek naar endocrinologie voort te zetten. Op den duur kan de verkregen kennis rondom het werkingsmechanisme van deze receptoren toegepast worden voor het ontwikkelen van beter medicatie voor stress-gerelateerde aandoeningen.

Gefinancierd: Onderzoek naar de behandeling van melanomen

Voor mijn onderzoekstraject in Boston zal ik onderzoek gaan doen naar de behandeling van melanomen. Uitgezaaide melanomen zijn een zeer dodelijke vorm van huidkanker, waarbij de behandeling helaas nog veel te wensen overlaat. Een effectieve, systemische behandeling mist en de tumoren zijn resistent tegen de conventionele chemotherapie. Daarom wordt er veel onderzoek gedaan naar alternatieve strategieën om de ziekte te behandelen. Uit recente onderzoeken is gebleken dat melanomen gevoelig zijn voor bepaalde immunologische behandelingen, waarbij het afweersysteem wordt geholpen om de tumor aan te kunnen vallen. Nivolumab is een redelijk nieuw geneesmiddel dat T-cellen, een subtype van witte bloedcellen (afweercellen), reactiveert. Deze cellen kunnen hierdoor de tumor aanvallen en hiermee de opruiming van de tumor stimuleren. Meerdere onderzoeken hebben ondertussen aangetoond dat Nivolumab goed werkt bij melanomen, bepaalde typen longkanker en bepaalde typen nierkanker. Verder is er ook vastgesteld dat de toxiciteit van het middel tolerabel is. Echter, een groot probleem is dat niet alle patiënten reageren op Nivolumab. Bij een deel van de patiënten leidt het middel tot klinische remissie, terwijl bij andere patiënten de tumoren blijven doorgroeien. Het zou dus erg handig zijn als we zouden kunnen voorspellen welke patiënt wel en welke patiënt niet zal reageren op het middel. Niet alleen is er meteen duidelijkheid voor de patiënt, maar hierdoor wordt het middel ook niet meer onnodig voorgeschreven en kunnen hoge kosten worden bespaard. Daarom ga ik tijdens mijn onderzoeksproject de genexpressie in de tumoren van de patiënten, die wel reageerden, en de patiënten, die niet reageerden, gaan vergelijken. Ik verwacht dat hier een verschil in zit en dat hiermee een marker, die kan voorspellen of een patiënt zal reageren op Nivolumab, gevonden kan worden.

Eveline Smit